ECLI:NL:GHARN:2009:BH5985
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Laméris-Tebbenhoff
- Rijnenberg
- Dijkstra
- Elzinga
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onterechte detentie na vrijspraak
Verzoeker heeft in een strafzaak 136 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 3 dagen op een politiebureau en 133 dagen in een Huis van Bewaring. De zaak werd behandeld door de rechtbank Zwolle-Lelystad en later in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem. Op 3 april 2008 sprak het hof verzoeker vrij van het ten laste gelegde feit, en dit arrest werd onherroepelijk op 18 april 2008.
Na de vrijspraak diende verzoeker een verzoek in op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van immateriële schade door de onterechte detentie. Het hof heeft het verzoek beoordeeld in openbare raadkamer op 27 februari 2009, waarbij de advocaat-generaal werd gehoord. Verzoeker en zijn raadsman waren niet aanwezig omdat het verzoek schriftelijk voldoende was gemotiveerd.
Het hof stelde vast dat verzoeker schade had geleden door de detentie en kende een vergoeding toe van in totaal €9.870, bestaande uit een vergoeding voor 3 dagen politiebureau à €95 per dag, 133 dagen Huis van Bewaring à €70 per dag en kosten van het verzoekschrift. Het hof wees het meer of anders gevorderde af en beval de uitbetaling van het bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €9.870 toegekend wegens onterechte detentie na vrijspraak.