ECLI:NL:GHARN:2009:BH6211
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- S.H. Wachter
- P.J.M. van den Bergh
- G.J. Niezink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor bezit en uitlokking amfetamine
De verdachte werd primair verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben en vervoeren van amfetamine, subsidiair van medeplegen van uitlokking tot het opzettelijk vervoeren, verkopen, afleveren en verstrekken van amfetamine, en meer subsidiair van poging tot opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld, maar in hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd. Het hof oordeelde dat verdachte nimmer over de amfetamine heeft beschikt, waardoor het primair ten laste gelegde niet bewezen is. Daarnaast was er geen bewijs dat de personen die de amfetamine verzonden dezelfde waren als degenen die de amfetamine aan verdachte leverden, waardoor ook het subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kon worden. Ten slotte was er geen bewijs dat verdachte de meer subsidiair ten laste gelegde handelingen in de betreffende periode heeft gepleegd.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het arrest werd gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem op 17 maart 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.