ECLI:NL:GHARN:2009:BH6397
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verzekering en bewaarneming van motorjacht bij Holland Yachting
In deze civiele zaak stond centraal of Holland Yachting aansprakelijk was voor schade aan een motorjacht dat bij haar in winterstalling stond en of zij het jacht verzekerd hield. De koper, appellant, stelde dat hij niet was geïnformeerd over de verzekeringsplicht en dat Holland Yachting aansprakelijk was voor schade. Het hof onderzocht de communicatie tussen partijen, waaronder e-mails en getuigenverklaringen.
Het hof concludeerde dat Holland Yachting voldoende heeft aangetoond dat appellant op de hoogte was gesteld van zijn verplichting het jacht vanaf levering zelf te verzekeren. Dit bleek uit e-mailcorrespondentie en partijgetuigenverklaringen, ondanks het verweer van appellant dat hij dacht dat de verzekering inbegrepen was bij de stallingkosten.
Verder oordeelde het hof dat de overeenkomst tussen partijen een bewaarnemingsovereenkomst betrof en niet een huurovereenkomst. De primaire vordering van Holland Yachting op huurgrondslag werd daarom afgewezen, maar de subsidiaire vordering tot betaling van bewaarloon werd toegewezen.
Appellant had een beroep gedaan op eigen schuld wegens het niet verwijderen van de restanten van het jacht, maar dit kon alleen in de schadestaatprocedure aan de orde komen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, vernietigde het voor zover het de vordering in reconventie betrof en veroordeelde appellant tot betaling van € 1.968,-- plus rente en schadevergoeding voor verwijdering van het wrak.
Tot slot werd appellant veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld tot betaling van bewaarloon, wettelijke rente en schadevergoeding voor verwijdering van het wrak.