ECLI:NL:GHARN:2009:BH6464
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P. Koolschijn
- J. Hielkema
- M. Lolkema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij diefstal met braak
Verdachte werd ten laste gelegd van diefstal met braak in een bedrijfspand. Bij de inbraak werden bloedsporen aangetroffen waarvan één bloedmonster onder het inklimraam werd onderzocht. Het DNA-profiel van dit bloedspoor kwam overeen met dat van verdachte, opgenomen in de DNA-databank.
Echter was het DNA-profiel van verdachte onrechtmatig in de databank aanwezig omdat de eerdere zaak tegen hem was geseponeerd en het profiel niet tijdig was verwijderd. Hierdoor mocht het DNA-bewijs niet worden gebruikt. Er was geen ander bewijs dat verdachte bij de inbraak betrokken was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Zelfs indien het DNA-bewijs wel was toegelaten, zou het hof niet tot een veroordeling zijn gekomen vanwege onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en onrechtmatig verkregen DNA-bewijs.