ECLI:NL:GHARN:2009:BH7537
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- De Bock
- Verschuur
- Onnes-Wind
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van netto-inkomensbegrip in samenlevingsovereenkomst bij kostenverrekening
Partijen hebben vanaf september 2002 samengewoond op basis van een samenlevingsovereenkomst uit januari 2003, waarin zij afspraken maakten over de verdeling van kosten van de gemeenschappelijke huishouding naar rato van hun netto-inkomens. Appellant vorderde in eerste aanleg en hoger beroep verrekening van kosten over de periode van november 2002 tot mei 2004.
De rechtbank wees deze vordering af, waarop appellant hoger beroep instelde met acht grieven. Het hof bevestigde dat de verrekening van kosten spoedig dient te geschieden en dat partijen geen jaarlijkse verrekening hadden uitgevoerd. Het hof nam aan dat partijen het overeengekomen verrekeningsmodel voor de gehele samenwoningperiode wilden toepassen.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van 'netto-inkomsten'. Appellant meende dat dit alleen arbeidsinkomsten betrof, terwijl geïntimeerde ook de kinderbijdrage van appellant als inkomen rekende en de reiskostenvergoeding niet. Het hof oordeelde dat de kinderbijdrage het besteedbaar inkomen verhoogt en mede bestemd is voor gemeenschappelijke kosten.
Verder bleek dat partijen aanvankelijk gelijk bijdroegen aan de gemeenschappelijke rekening, maar later appellant meer ging storten. Geïntimeerde betaalde daarnaast uit eigen middelen extra lasten. Appellant kon niet aannemelijk maken dat geïntimeerde meer dan haar aandeel had betaald of dat hij recht had op verrekening van privé-betaalde posten.
Ten aanzien van een auto die appellant aan geïntimeerde zou hebben geschonken voor de samenwoning, oordeelde het hof dat deze niet in de verrekening betrokken kon worden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering tot verrekening af, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.