ECLI:NL:GHARN:2009:BI0990
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- L.T. Wemes
- P.J.M. van den Bergh
- W.F. van Zant
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van bewustzijn van letsel na verkeersongeval
Verdachte werd beschuldigd van het door- of wegrijden na een verkeersongeval waarbij een snorfietsbestuurder letsel en schade had opgelopen. Op 2 augustus 2007 was verdachte als rij-instructeur betrokken bij een ongeval waarbij een leerling een snorfiets over het hoofd zag. Verdachte greep in en bracht de lesauto bijna tot stilstand. De snorfietsbestuurder kon aanvankelijk haar weg vervolgen, maar viel enkele meters verder ten gevolge van een eerdere uitwijkmanoeuvre.
Verdachte en zijn leerling verlieten de plaats van het ongeval, maar hadden niet gezien dat de snorfietsbestuurder was gevallen. Verdachte verklaarde dat hij alleen had gezien dat de snorfietsbestuurder moest uitwijken, maar dat zij haar weg kon vervolgen. Hij heeft ook niet geprobeerd zich snel uit de voeten te maken en bleef zelfs enige tijd in de buurt. Ook interpreteerde hij claxonneren van andere weggebruikers als een groet.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat er letsel of schade was toegebracht. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van doorrijden na een ongeval met letsel of schade.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat letsel of schade was toegebracht.