ECLI:NL:GHARN:2009:BI1120
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.W. Koksma
- J.M.J. Denie
- H.J.B. Sackers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter, maar verscheen niet op de terechtzitting van het hof. Hij deed middels een fax afstand van zijn recht om aanwezig te zijn en diende geen appelschriftuur met grieven in. Ook zijn raadsman was niet verschenen en zag geen grond om namens verdachte te verschijnen.
Het hof stelde vast dat op grond van de gewijzigde artikel 416 Wetboek Pro van Strafvordering het hof de discretionaire bevoegdheid heeft om een verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in hoger beroep indien geen schriftelijke of mondelinge bezwaren zijn aangevoerd. Gezien het ontbreken van grieven verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk.
Het vonnis in eerste aanleg was bij verstek gewezen omdat verdachte niet was verschenen en zijn raadsman niet uitdrukkelijk gemachtigd was. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem op 10 april 2009 en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van schriftelijke of mondelinge bezwaren.