ECLI:NL:GHARN:2009:BI2072
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- R.E.A. Toeter
- A.J. Rietveld
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling op grond van Opiumwet en Wet wapens en munitie
Veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld wegens meerdere overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. In hoger beroep stelde het hof vast dat veroordeelde uit andere strafbare feiten wederrechtelijk voordeel had verkregen ter hoogte van €108.633,-.
De verdediging voerde diverse verweren aan tegen de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waaronder de periode van berekening, het reguliere inkomen, contante betalingen, en eigendom van bepaalde goederen zoals een woonwagen, auto's en een boot. Het hof verwierp deze verweren na een gedetailleerde beoordeling van het strafrechtelijk financieel onderzoek en getuigenverklaringen.
Het hof oordeelde onder meer dat contante inkomsten en uitgaven correct waren verwerkt in de kasopstelling, dat vermeende leningen en eigendomsverklaringen onvoldoende waren onderbouwd, en dat verklaringen omtrent aangetroffen contant geld niet geloofwaardig waren. Op basis hiervan legde het hof veroordeelde de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €108.633,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.