4.5 Naar het oordeel van het hof behoort de curator een eigendomsvoorbehoud te
respecteren. Dat wil zeggen dat de curator geen handelingen mag verrichten die een schending van dit eigendomsvoorbehoud opleveren. Van dit laatste is geen sprake geweest.
Daarbij acht het hof van belang dat er van mag worden uitgegaan dat, zoals de curator stelt, de bedrijfskleding reeds vóór het faillissement aan de werknemers was overhandigd.
De curator heeft deze stelling als volgt toegelicht (conclusie van antwoord, punt 36):
‘Kort na datum faillissement heeft curator een aantal monteurs gezien die de bedoelde kleding droegen. Deze kleding was duidelijk zichtbaar besmeurd met olie en vet (smeer). Kortom: gebruikt. Voorts heeft curator de eventuele aanwezigheid van (on)gebruikte kleding laten onderzoeken. Daartoe zijn de voorraden gecontroleerd, alsook de individuele kledingkastjes van het personeel. Noch in de voorraden, noch in de kledingkastjes, noch op enige andere plek bij gefailleerde heeft curator nieuwe, ongebruikte kleding aangetroffen. Ook gebruikte kleding heeft curator niet aangetroffen, op enkele oude overalls na, die overigens niet van PWG afkomstig waren.’
PWG heeft deze stellingen niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. PWG heeft nog verwezen naar de verklaring van werknemer [getuige A] die als getuige verklaart:
‘Na het faillissement zijn de activa overgenomen door Kenbri Fire Fighting. Daaronder was, zo hoorde ik van mijn nieuwe baas, ook bedrijfskleding. Ik ben zelf bij Kenbri in dienst gekomen. Ik had na het faillissement van Rosenbauer daar in het pand van Rosenbauer een hele berg kleding zien liggen. Ik schat dat het ging om tientallen kledingstukken. Het was een berg van een meter hoog en 1,5 à 2 meter diameter. Ik durf niet te zeggen wat voor type kleding stukken het precies waren, maar het was allemaal rood. Die kleding zag er voor een deel vrij nieuw uit en voor een deel ook gebruikt. Die kleding was afkomstig van PWG. Een paar maanden na de overname heeft Kenbri een gedeelte van die kleding geveild. Bij die veiling ben ik zelf niet aanwezig geweest, maar ik hoorde dit van mijn nieuwe baas.’
Ook deze verklaring levert naar het oordeel van het hof echter onvoldoende houvast voor een onzorgvuldig handelen van de curator, mede in het licht van de - volgens de verklaring van de curator geheel buiten zijn verantwoordelijkheid plaatsgevonden - veiling na de activa transactie met Kenbri Fire Fighting. Daarbij weegt mee dat PWG niet heeft betwist dat op die veiling ook goederen van derden zijn ingebracht.