ECLI:NL:GHARN:2009:BI2409
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Beswerda
- Lahuis
- Kalsbeek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke mishandeling met vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging voor GHB-bezit
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk mishandelen van het slachtoffer door haar op 30 maart 2007 te slaan, waarbij zij letsel en pijn ondervond. Het hof achtte het bewezen dat verdachte het slachtoffer bewust heeft mishandeld, mede op basis van verklaringen van het slachtoffer, een verbalisant en een getuige. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €450,=, met een subsidiaire hechtenis van 9 dagen bij niet-betaling.
Ten aanzien van het bezit van ongeveer 23 milliliter GHB, aangetroffen in een buisje in de jaszak van verdachte, oordeelde het hof dat niet bewezen kon worden dat verdachte zich bewust was van het aanwezig hebben van het middel. De verdediging voerde aan dat verdachte geen weet had van het buisje, hetgeen het hof aannam, waardoor verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van GHB en ontslagen van alle rechtsvervolging voor de overtredingsvariant.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het bewijs en de omstandigheden zorgvuldig werden gewogen. Verdachte werd strafbaar verklaard voor mishandeling, maar niet voor het bezit van GHB. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en zijn eerdere veroordelingen. Het hof achtte een geldboete passend en geboden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €450 voor mishandeling, vrijgesproken van opzettelijk bezit van GHB en ontslagen van alle rechtsvervolging voor de overtredingsvariant.