ECLI:NL:GHARN:2009:BI2810
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Otte
- Nunnikhoven
- Coumans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beklag tegen politiesepot wegens ontbreken bevoegdheid officier van justitie
Klager deed aangifte van poging zware mishandeling met een wapen, waarna een politiefunctionaris, aangeduid als hulpofficier van justitie, besloot de zaak te seponeren wegens medeschuld van de benadeelde. Klager diende daarop rechtstreeks een beklag in bij het hof op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het beklag en concludeerde dat een politiesepot niet gelijkgesteld kan worden aan een sepotbeslissing van de officier van justitie of diens gemachtigde. De bevoegdheid tot sepot ligt wettelijk uitsluitend bij het openbaar ministerie. Een beklag tegen een politiesepot is daarom niet ontvankelijk.
Hoewel de hulpofficier van justitie schriftelijk de beslissing aan klager mededeelde en beklagmogelijkheden noemde, is dit niet voldoende om het beklag ontvankelijk te verklaren. Het hof benadrukt de noodzaak van transparantie in communicatie door politie en openbaar ministerie over wie de vervolgingsbeslissing neemt en welke rechtsmiddelen openstaan.
Het hof verklaart het beklag van klager niet-ontvankelijk en stelt dat een politiefunctionaris geen zelfstandige bevoegdheid heeft om een vervolgingsbeslissing te nemen die beklag op grond van artikel 12 Sv Pro mogelijk maakt.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen het politiesepot wegens ontbreken van bevoegdheid van de officier van justitie.