ECLI:NL:GHARN:2009:BI3181
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- O. Anjewierden
- E. Pennink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging zware mishandeling en veroordeling voor beschadiging fiets
Op 6 oktober 2007 werd verdachte verdacht van poging tot zware mishandeling door het gooien van een fiets naar het slachtoffer, waarbij letsel en pijn ontstonden. Verdachte verklaarde dat hij niet de intentie had om letsel toe te brengen, maar de fiets in de berm wilde gooien. Het hof achtte deze verklaring aannemelijk en sprak verdachte vrij van poging zware mishandeling wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van opzet.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de fiets van het slachtoffer beschadigde. Het hof kwalificeerde dit als vernieling en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €250, met een vervangende hechtenis van vijf dagen bij niet-betaling.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, waarvan slechts €53,45 werd toegewezen voor de beschadigde fiets. Voor de overige schade, gerelateerd aan het vrijgesproken feit, werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte bij de strafoplegging. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer. De uitspraak vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging zware mishandeling en veroordeeld tot een geldboete van €250 voor het beschadigen van een fiets.