De huurder zal conform deze overeenkomst alsmede naar gebruik van een goed huurder, het gehuurde onderhouden. Hieronder wordt bedoeld het klein onderhoud zoals alle hang en/of sluitwerk met betrekking tot het door huurder gehuurde, alsmede schilder en/of behangwerk binnen het gehuurde. (...) Voor rekening van verhuurder komen alle andere kosten van onderhoud."
2.5. Belanghebbende heeft ter zake van de verhuuractiviteiten een winst uit onderneming aangegeven van negatief € 4.973. Bij de vaststelling van de aanslag heeft de Inspecteur de verhuuractiviteiten als normaal vermogensbeheer aangemerkt en het aangegeven verlies gecorrigeerd. Daarnaast is een bedrag van € 1.886 aan renteaftrek gecorrigeerd. Belanghebbende heeft laatstgenoemde correctie niet betwist. De Rechtbank heeft de Inspecteur voor wat betreft de correctie van € 4.973 in het gelijk gesteld.
3. Geschil
3.1. In geschil is of de door belanghebbende ter zake van de verhuuractiviteiten genoten opbrengsten voor hem winst uit onderneming vormen, zoals belanghebbende heeft gesteld. Volgens de Inspecteur is sprake van normaal vermogensbeheer, als gevolg waarvan deze huuropbrengsten als inkomen uit sparen en beleggen (box 3) in de belastingheffing worden betrokken. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
3.2. Elk van de partijen concludeert overeenkomstig haar conclusie in eerste aanleg.
4. Beoordeling van het geschil
4.1. Blijkens HR 17 augustus 1994, nr. 29.755, BNB 1994/319, is van normaal vermogens¬beheer geen sprake indien het rendabel maken van de onroerende zaken mede geschiedt door middel van arbeid welke de eigenaar van de onroerende zaak verricht, en deze arbeid naar zijn aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van voordelen uit de onroerende zaak, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat.
4.2. Naar het oordeel van het Hof gaan belanghebbendes persoonlijk verrichte werkzaam¬heden ter zake van de verhuur, zoals deze onder 2.3 zijn vermeld, de werkzaamheden die bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk zijn, te boven. Van normaal vermogensbeheer kan derhalve niet worden gesproken.
4.3. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat, indien de werkzaamheden meer omvatten dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is, de met de verhuuractiviteiten genoten opbrengsten voor belanghebbende inkomen uit werk en woning vormen. De Inspecteur heeft derhalve ten onrechte het aangegeven verlies van € 4.973 gecorrigeerd.
4.4. Voor het onderhavige jaar kan in het midden blijven of de opbrengsten voor belanghebbende winst uit onderneming of een resultaat uit overige werkzaamheden vormen. In artikel 3.95 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is immers bepaald dat het resultaat uit overige werkzaamheden overeenkomstig het winstregime wordt vastgesteld. Het verschil zit in de toepassing van de ondernemingsfaciliteiten, maar daarop heeft belanghebbende voor het onderhavige jaar geen aanspraak gemaakt.
4.5. Gelet op het vorenoverwogene dient het hoger beroep gegrond te worden verklaard. De uitspraak van de Rechtbank dient te worden vernietigd.
5. Proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende in bezwaar of beroep kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
6. Beslissing
Het Gerechtshof:
– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank van 20 mei 2008, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht;
– vernietigt de uitspraak op bezwaar;
– vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.160;
– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het in verband met het hoger beroep bij het Gerechtshof betaalde griffierecht van € 107 vergoedt.