ECLI:NL:GHARN:2009:BI7259

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-004106-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet Wapens en MunitieArt. 378a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatige bewijsvergaring bij bezit vuurwapen categorie III

Op 6 november 2001 werd verdachte verdacht van het voorhanden hebben van een pistool en munitie van categorie III in Berg en Dal. Het onderzoek aan de kleding van verdachte, dat leidde tot de vondst van het pistool, vond plaats zonder dat er sprake was van ernstige bezwaren of een concrete verdenking tegen verdachte op dat moment. Het hof oordeelde dat deze overschrijding van de bevoegdheid tot kledingonderzoek zodanig ernstig was dat het gevonden wapen niet als bewijs mocht worden gebruikt.

De enige overige bewijsvoering bestond uit een bekentenis van verdachte, waarvan het hof aannam dat deze bekentenis niet zou zijn gedaan zonder confrontatie met het onrechtmatig verkregen wapen. Hierdoor kon het hof niet tot een bewezenverklaring komen en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Daarnaast besloot het hof dat het in beslag genomen pistool en de munitie onttrokken worden aan het verkeer vanwege het ongecontroleerde bezit dat in strijd is met het algemeen belang en de wet. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ernstige overschrijding van de bevoegdheid tot kledingonderzoek, waardoor het bewijs onrechtmatig is verkregen.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-004106-08
Uitspraak d.d.: 25 mei 2009
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 3 november 2003 in de strafzaak tegen
[verdachte].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 mei 2009.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw,
mr. M.C. van Megen, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat.
Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 6 november 2001 te Berg en Dal, gemeente Groesbeek een of
meer wapens van categorie III, te weten een pistool (FN, kaliber 9 mm), en/of
munitie van categorie III, te weten 12 patronen van het kaliber 9 mm,
voorhanden heeft gehad.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Het hof stelt vast, dat het onderzoek aan de kleding blijkens het proces-verbaal van het Team Groesbeek d.d. 6 november 2001 heeft plaatsgevonden op grond van de wetenschap, dat er in het verleden meermalen vuurwapenincidenten rond het casino hadden plaatsgevonden, alsmede op grond van bekend geworden informatie dat portiers van dit casino mogelijk de beschikking zouden hebben over vuurwapens. Het hof tekent aan dat niet blijkt, dat die informatie betrekking had op die avond of een kort daarvoor gelegen tijdstip, en evenmin, dat het daarbij ging om een verdenking tegen verdachte.
Voor onderzoek aan de kleding was op grond van de Wet Wapens en Munitie, zoals die op 6 november 2001 luidde, vereist dat tegen verdachte ernstige bezwaren bestonden. Daaraan is naar het oordeel van het hof in het geheel niet voldaan, zodat het onderzoek aan de kleding aan een ernstig gebrek lijdt. Dat gebrek kan niet meer worden hersteld.
Nu, zoals hierboven vastgesteld, er geen ernstige bezwaren tegen verdachte bestonden, en er zelfs geen sprake was van een concrete verdenking tegen hem persoonlijk, noch verdenking van een strafbaar feit, gepleegd of te plegen op die avond of een dicht daarbij gelegen tijdstip, is er sprake van een ernstige overschrijding van de zoekingsbevoegdheid. Die ernst is zodanig, dat het hof niet volstaat met verlaging van de hoogte van de op te leggen straf, maar dat de vondst van het pistool niet mag bijdragen aan het bewijs.
Het bij onderzoek aan de kleding in beslag genomen pistool is van vitaal belang voor de bewijsvoering in de onderhavige strafzaak; immers, overig bewijs is er niet behalve de bekentenis door verdachte, waarvan het hof aanneemt, dat die er nooit zou zijn geweest, als men hem niet met het wapen had geconfronteerd.
Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van het hem tenlastegelegde feit.
Beslag
De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte tenlastegelegde feit aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
een pistool (FN, kaliber 9 mm) en 12 patronen (kaliber 9 mm).
Aldus gewezen door
mr J.M.J. Denie, voorzitter,
mr E. van der Herberg en mr M. Kuijer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier,
en op 25 mei 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr M. Kuijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.