ECLI:NL:GHARN:2009:BJ3996
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Dam
- J.J. Beswerda
- W.F. van Zant
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meermalen medeplegen van valsheid in geschrift met voorwaardelijke werkstraf
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor valsheid in geschrift met betrekking tot het onjuist invullen van rechtmatigheidsformulieren van de Dienst Sociale Zaken. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof acht bewezen dat verdachte in de periode van 12 maart 2004 tot en met 31 januari 2005, samen met zijn echtgenote, valselijke verklaringen heeft afgelegd op formulieren die bestemd waren als bewijs voor het recht op bijstand.
De valsheid bestond uit het onjuist aangeven dat verdachte en zijn partner niet werkten, terwijl zij wel inkomsten hadden uit werkzaamheden op de markt. Het hof sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen over de periode van 18 april 2005 tot en met 21 mei 2007, omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van opzet tot verzwijging.
Het hof legde een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur op, met een vervangende hechtenis van 20 dagen, en een proeftijd van twee jaar. De strafmotivering betrof de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoon van verdachte, die niet eerder met justitie in aanraking was geweest.
De werkstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. De reeds door verdachte in verzekering doorgebrachte tijd wordt in mindering gebracht op de werkstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar.