ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4169
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- I.A. Katz-Soeterboek
- C.J.H.G. Bronzwaer
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor investeringen in gehuurde wegens ontbreken ongerechtvaardigde verrijking
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellante recht had op vergoeding van investeringen die zij in het gehuurde had gedaan, nadat de huurovereenkomst was geëindigd. Appellante stelde dat zij investeringen had gedaan om het gehuurde geschikt te maken als caravanstalling en dat zij deze kosten niet kon terugverdienen door het beëindigen van de huurovereenkomst.
De kantonrechter had in eerste aanleg de vordering van geïntimeerde tot betaling van achterstallige huur grotendeels toegewezen en de vordering van appellante tot vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking afgewezen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en stelde tevens dat zij de vordering van geïntimeerde kon verrekenen met haar eigen vordering.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij door haar investeringen was verarmd, mede omdat de aan het gehuurde bestede uren niet als verarming konden worden gezien en de investeringen niet substantieel waren. Bovendien had geïntimeerde geen ongerechtvaardigde verrijking genoten, aangezien hij geen huurinkomsten meer ontving en de koop van het gehuurde niet was doorgegaan door risico van appellante. De vordering tot vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking werd daarom afgewezen en de eerdere vonnissen werden bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van appellante tot vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen en de vonnissen van de kantonrechter worden bekrachtigd.