ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4220

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
13 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001798-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P. Koolschijn
  • H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
  • S.J. van der Woude
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernieling van een ruit van een pand van het Leger des Heils

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem op 13 juli 2009 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad. De verdachte, geboren in 1964 en woonachtig in [woonplaats], was eerder veroordeeld voor soortgelijke delicten en bevond zich op dat moment in een proeftijd. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een ruit van een pand van het Leger des Heils op 13 april 2008. De politierechter had de verdachte eerder veroordeeld tot een straf, en de advocaat-generaal vorderde in hoger beroep dat het hof de verdachte opnieuw zou veroordelen tot een gevangenisstraf van één week, alsook de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand.

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en heeft het vonnis van de politierechter vernietigd. Na het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof geoordeeld dat de verdachte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen is verklaard. Het hof heeft daarbij gelet op de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, en het strafrechtelijk verleden van de verdachte. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan vernieling, wat schade en overlast heeft veroorzaakt. Gezien het strafrechtelijk verleden van de verdachte en het feit dat hij zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit, oordeelde het hof dat een mildere straf niet meer in aanmerking kwam.

Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week en gelast de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand. De uitspraak is gedaan door een meervoudige strafkamer van het hof, waarbij mr. P. Koolschijn als voorzitter fungeerde. Het arrest is ondertekend door de rechters en de griffier, waarbij mr. Van der Woude buiten staat was om het arrest mede te ondertekenen.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001798-08
Parketnummers eerste aanleg: 07-460441-08 en 08-800294-07 (tul)
Arrest van 13 juli 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 1 juli 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1964] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.
De advocaat-generaal heeft voorts de tenuitvoerlegging gelast van 1 maand gevangenisstraf, verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 7 mei 2007 (parketnummer 08-800294-07).
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 13 april 2008 in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam (van een deur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Leger des Heils (op of aan de [straat]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 13 april 2008 in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam van een deur, toebehorende aan het Leger des Heils (aan de [straat]), heeft vernield.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander, vernielen.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van een deurruit van een pand van het Leger des Heils. Verdachte heeft door zijn handelen schade en overlast veroorzaakt.
Verdachte is, zo blijkt uit een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 maart 2009, veelvuldig ter zake van soortgelijke delicten tot straffen veroordeeld. Voorts pleegde verdachte het feit terwijl hij nog in een proeftijd liep. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.
Het hof is, het voorgaande in samenhang bezien, van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde en in hoger beroep door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf noodzakelijk is en zal die aan verdachte opleggen. Een mildere strafmodaliteit komt - gelet op verdachtes strafrechtelijke verleden - niet meer in aanmerking.
Tenuitvoerlegging
Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 7 mei 2007, parketnummer 08-800294-07, is verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 22 mei 2007. Op die datum is ook de proeftijd ingegaan. De officier van justitie heeft op 8 mei 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf omdat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij het vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf gelasten.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één week;
gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Almelo van 7 mei 2007 voorwaardelijk opgelegde straf (parketnummer 08-800294-07), te weten:
gevangenisstraf voor de duur van één maand.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.