ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4261
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- S.H. Wachter
- K. Lahuis
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen hennepteelt
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld wegens medeplegen van hennepteelt in twee woningen, waarbij de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel schatte op €13.760,30. In hoger beroep vernietigt het hof deze beslissing en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €12.652,50, gebaseerd op de opbrengst van de hennepkwekerij in de woning die de veroordeelde bewoonde.
Het hof laat de kwekerij in de eigen huurwoning buiten beschouwing omdat niet aannemelijk is geworden dat daar daadwerkelijk oogst heeft plaatsgevonden. De berekening van het voordeel is gebaseerd op de standaardnormen van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM).
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde slechts een geringe vergoeding ontving en geen deel had in de opbrengst, maar het hof oordeelt dat de veroordeelde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij minder dan de helft van het voordeel heeft ontvangen. Daarom wordt de helft van het geschatte voordeel aan hem toegerekend.
Het hof legt de veroordeelde de verplichting op om €12.652,50 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het arrest is gewezen door drie rechters en griffier, en vernietigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde de verplichting op om €12.652,50 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.