ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4916
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.M.C. Groen
- D.J. van Dijk
- A. Smeeïng-van Hees
- Rechtspraak.nl
Bevestiging royement wegens ernstige schending belangen vereniging en disproportionaliteitstoets
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of het door de tuchtcommissie van de vereniging opgelegde royement aan appellant gehandhaafd moet blijven. Appellant was door de tuchtcommissie gestraft wegens ernstige schending van de belangen van de vereniging, in strijd met de statuten en het huishoudelijk reglement. De tuchtcommissie legde royement op, de zwaarste sanctie, nadat appellant was veroordeeld voor schuldheling.
Appellant voerde aan dat de straf disproportioneel was, mede vanwege de duur en vergeleken met andere tuchtzaken, en dat de tuchtcommissie onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke belangen. Ook stelde hij dat het royement zijn beroepsuitoefening ernstig belemmert, en dat er sprake zou moeten zijn van een maximale duur van vijf jaar analoog aan het strafrecht.
Het hof oordeelde dat het sanctiearsenaal van de vereniging voldoende mogelijkheden biedt om proportionele straffen op te leggen, en dat het royement in redelijkheid kon worden opgelegd gezien de ernst van de feiten en de veroordeling tot 13 maanden gevangenisstraf voor schuldheling. De persoonlijke omstandigheden en beroepsmogelijkheden van appellant werden meegewogen, maar het royement werd niet als onaanvaardbaar disproportioneel beoordeeld. Ook werd machtsmisbruik door de vereniging verworpen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het royement van appellant wegens ernstige schending van de belangen van de vereniging.