ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5180
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.A. van Rossum
- A. Smeeïng-van Hees
- A.M.C. Groen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement in wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep van twee voormalige vennoten die het faillissement wilden omzetten in een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Almelo had hun verzoeken afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en het onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De verzoekers betwistten deze conclusie en stelden dat de rechter alle omstandigheden, zoals de aard en omvang van de schulden, het tijdstip van ontstaan en hun inspanningen tot betaling, mee moest wegen. Tevens erkende een van hen een eerdere veroordeling wegens verduistering, maar betoogde dat dit niet de gehele schuldensituatie bepaalde.
Het hof stelde vast dat de verzoekers ontvankelijk waren omdat de griffier hen niet tijdig schriftelijk had geïnformeerd over de mogelijkheid tot omzetting van het faillissement. Tevens oordeelde het hof dat de Nederlandse rechter bevoegd was, aangezien de verzoekers in Nederland in loondienst waren.
Uiteindelijk wees het hof het verzoek af omdat de verduisterde schuld niet te goeder trouw was ontstaan en ook aan de andere verzoeker verwijtbaar was. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat de overige schulden te goeder trouw waren aangegaan. Zonder bijzondere omstandigheden werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het faillissement in de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Almelo wordt bekrachtigd.