ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5703
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- G.P.M. van den Dungen
- G.J. Rijken
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid minderjarige in hoger beroep tegen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
In deze zaak ging het om het hoger beroep van een vader en zijn minderjarige kind tegen een beschikking van de kinderrechter die het kind onder toezicht stelde van een stichting en machtiging gaf tot uithuisplaatsing. De moeder had het ouderlijk gezag en het kind was 15 jaar oud.
Het hof heeft eerst onderzocht of het kind ontvankelijk was in het hoger beroep. Volgens artikel 1:245 lid 4 BW Pro is een minderjarige onder gezag niet procesbekwaam, tenzij een bijzondere wettelijke regeling dit anders bepaalt. De toevoeging van een raadsman aan het kind door het hof geeft geen procesbekwaamheid. Er was geen verzoek tot benoeming van een bijzonder curator gedaan. Daarom werd het kind niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelde het hof dat de machtiging tot uithuisplaatsing verviel omdat deze niet binnen drie maanden was uitgevoerd. Het kind was niet geplaatst in de zorginstelling, mede omdat het was weggelopen bij de vader. Hierdoor had de vader geen belang meer bij het hoger beroep en werd ook hij niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking van de kinderrechter werd daarmee bekrachtigd en het hoger beroep verworpen. Het hof sprak dit uit tijdens een openbare zitting op 11 augustus 2009.
Uitkomst: Het hof verklaart de minderjarige en de vader niet-ontvankelijk in hoger beroep en bekrachtigt de beschikking tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.