ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5797
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bestuurdersaansprakelijkheid na staken bedrijfsactiviteiten en preferente schuldbetaling
Deze civiele zaak betreft de vraag of de bestuurders van [appellant] B.V. onrechtmatig hebben gehandeld door na het staken van de bedrijfsactiviteiten in 1999 nagenoeg alle schuldeisers, behalve de geïntimeerde, te voldoen. De geïntimeerde stelde dat hierdoor haar verhaalsmogelijkheden werden benadeeld.
De rechtbank Arnhem had eerder de bestuurders aansprakelijk gesteld en de vorderingen toegewezen. Het hof vernietigt deze vonnissen en oordeelt dat de bestuurders niet wisten of behoorden te weten dat de activa onvoldoende zouden zijn om aan een veroordeling te voldoen. De waardering van activa, waaronder schepen, werd als conservatief maar reëel geacht, ondersteund door taxatierapporten.
De grieven van appellanten tegen de rechtbank zijn deels gegrond, met name dat de vordering tegen [appellant] zelf niet ontvankelijk is wegens eerdere veroordeling en dat de bestuurders niet aansprakelijk zijn wegens gebrek aan voldoende concrete feiten die onrechtmatig handelen aantonen. De vorderingen worden afgewezen en de geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de geïntimeerde worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de bestuurders.