ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6872
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor openlijk in vereniging plegen van geweld met werkstraf
De minderjarige verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het plegen van geweld tegen een persoon. In hoger beroep vernietigde het hof het primaire tenlastegelegde en sprak verdachte daarvan vrij, maar verklaarde het subsidiaire tenlastegelegde bewezen: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
De feiten betreffen een incident op 20 januari 2007 waarbij verdachte samen met een medeverdachte de benadeelde op de openbare weg heeft geduwd en geschopt, waarbij de benadeelde lichamelijk letsel opliep. De verklaringen van verdachte en medeverdachte waren tegenstrijdig en werden door het hof niet geloofd. Het hof ging uit van de verklaring van de benadeelde en getuigen, die het geweld bevestigden zonder concrete aanleiding.
Het beroep op noodweer-exces werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die niet eerder was veroordeeld, en legde een werkstraf van 50 uren op, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €250 toegewezen aan de benadeelde, met een regeling voor betaling en vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Het vonnis bevatte ook een korting van 10 uren op de werkstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Verdachte werd veroordeeld in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging. Het hof bepaalde dat de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een schadevergoeding van €250 aan de benadeelde.