ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6908
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen diefstal door braak wegens ontbreken oogmerk
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van diefstal door middel van braak op of omstreeks 22 juli 2007 in een woning in de gemeente. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen diverse goederen, waaronder tuinmeubilair en persoonlijke eigendommen, weggenomen te hebben met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Het hof oordeelde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden, met name ontbrak het aan bewijs voor het vereiste oogmerk bij verdachte. Het door de advocaat-generaal aangevoerde voorwaardelijke opzet werd onvoldoende geacht om het oogmerk te bewijzen. Hierdoor werd het vonnis van de politierechter vernietigd.
Het hof sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en vernietigde het eerdere vonnis. Verdachte was niet zelf ter terechtzitting verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw. De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar dit werd door het hof niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van het ten laste gelegde oogmerk.