5. Grief 1 luidt dat de kantonrechter ten onrechte geen althans onvoldoende rekening heeft gehouden met de door [appellant] geschetste omstandigheden. Blijkens de toelichting is het volgens [appellant] onredelijk dat Centrada, ondanks herhaald verzoek, heeft geweigerd om de huurovereenkomst alleen op zijn naam te zetten of een verklaring af te geven dat hij alleen aansprakelijk is voor huurbetaling, nu daardoor de beslagvrije voet niet kon worden aangepast. Dat is bovendien in tegenspraak met het bericht dat Centrada [betrokkene] per 23 februari 2008 uit haar verplichtingen ontslagen acht, welk bericht [appellant] eerst op 30 september 2008 vernam.
Met grief 2 betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte heeft beslist dat hij zijn verweer onvoldoende handen en voeten heeft gegeven.
5.1 Het hof begrijpt deze grieven aldus dat [appellant] opkomt tegen hetgeen de kantonrechter heeft overwogen onder rechtsoverweging 6 van zijn vonnis. Het hof constateert dat ook Centrada blijkens punt 10 van haar memorie van antwoord de grieven aldus heeft opgevat. Voor zover Centrada met het slot van de tweede alinea van dat punt bedoelt dat het in hoger beroep gevorderde reeds moet worden afgewezen omdat [appellant] niet uitdrukkelijk heeft gegriefd tegen rechtsoverweging 8, waarin de kantonrechter samenvat dat de verweren op grond van het voorgaande niet slagen en de vordering grotendeels toewijsbaar is, wordt dat verweer verworpen. Het is immers ook Centrada volstrekt duidelijk op welke grond [appellant] wenst dat de bestreden uitspraak wordt vernietigd.
5.2 Het hof zal beide grieven tezamen behandelen nu zij allebei betrekking hebben op
het onder 2.3 samengevatte verweer van [appellant] bij dupliek en de beoordeling daarvan door de kantonrechter in zijn rechtsoverweging 6, zoals weergegeven onder 3.
5.3 Het hof stelt voorop dat huurbetaling de kernprestatie is die de huurder dient te verrichten. Indien de huurder daarmee in gebreke blijft, rechtvaardigt zulks in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, tenzij de huurder zodanig bijzondere omstandigheden stelt -en bij betwisting aannemelijk maakt- waaruit volgt dat de non-betaling in dit geval de ontbinding niet rechtvaardigt.
De -aanzienlijke- omvang van de huurachterstand is door [appellant] niet betwist.
5.4 Het hof overweegt dat het voor de omvang van de huurverplichtingen van [appellant] ten opzichte van Centrada niet uitmaakt tot welke datum hij een contractuele medehuurder had. Tot die datum was hij immers hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk, en daarna zou hij als enige aan huurderzijde aansprakelijk zijn voor betaling.
5.5 Met de in eerste aanleg bij dupliek en met de thans bij memorie van grieven ingenomen stellingen heeft [appellant] getracht een deel van de oorzaak van zijn betalingsprobleem bij Centrada neer te leggen: door haar opstelling konden minder woonlasten meegeteld worden voor de beslagvrije voet.
[appellant] heeft zijn stellingen dienaangaande evenwel ook in hoger beroep niet voldoende onderbouwd. Niet is gebleken van loonbeslag vòòr 23 juni 2008 (productie 1 bij memorie van grieven). De huurachterstand tot 1 juli 2008, waarvoor [appellant] in rechte werd betrokken, bedroeg al meer dan drie maanden huur. De huurachterstand is sindsdien alleen nog maar toegenomen.
De grieven falen reeds om deze reden.