ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8163

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
21 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000899-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • S.H. Wachter
  • G.M. Meijer-Campfens
  • G.J. Niezink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na winkeldiefstallen

De veroordeelde is in hoger beroep veroordeeld voor meerdere winkeldiefstallen en deelname aan een criminele organisatie. Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €8.000,-, maar na verrekening van toegewezen schadevergoeding van €1.455,21 vastgesteld op €6.544,79.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en deed opnieuw recht. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het hof achtte de schatting van het voordeel voldoende onderbouwd door wettige bewijsmiddelen en constateerde aanwijzingen dat de veroordeelde ook voordeel had uit soortgelijke feiten.

De zaak betreft een arrest van het gerechtshof Arnhem, meervoudige strafkamer, waarbij het hoger beroep werd behandeld tegen het vonnis van 24 maart 2009 van de rechtbank Zwolle-Lelystad.

Uitkomst: Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €6.544,79 en legde de betalingsverplichting aan de veroordeelde op.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000899-09
Parketnummer eerste aanleg: 07-440238-08
Arrest van 21 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 maart 2009, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen:
[veroordeelde],
geboren op [1984] te [geboorteplaats],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in PI Tilburg, Gevangenis te Tilburg,
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.H. van Meurs, advocaat te Kampen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft bij voormeld vonnis, op tegenspraak gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 24 maart 2009 van voormelde rechtbank Zwolle-Lelystad in de strafzaak met parketnummer 07/440238-08, het door veroordeelde uit baten van de door hem gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 8.000,- en hem de verplichting opgelegd € 6.544,79 aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
Gebruik van het rechtsmiddel
De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het bedrag aan wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld op € 8.544,79.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-000898-09) ter zake van winkeldiefstallen, gepleegd in de periode van 27 juni 2008 tot en met 26 november 2008 in diverse plaatsen in Nederland, veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf.
De veroordeelde heeft uit het bewezenverklaarde handelen voordeel verkregen. Er zijn tevens voldoende aanwijzingen dat hij voordeel heeft verkregen uit baten van soortgelijke feiten als die waarvoor hij is veroordeeld.
Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel op een bedrag van € 8.000,-.
Bij voormeld arrest van dit hof is ter zake van de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding (met een hoofdelijkheidsclausule) toegewezen tot een bedrag van € 1.455,21. Het hof zal dit bedrag in mindering brengen op het geschatte voordeel van € 8.000,-.
Derhalve zal het wederrechtelijk verkregen voordeel worden vastgesteld op een bedrag van € 6.544,79.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
stelt het bedrag waarop het door veroordeelde [veroordeelde] voornoemd wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 6.544,79;
legt de veroordeelde [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van zesduizend vijfhonderdvierenveertig euro en negenenzeventig cent ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.