ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8430
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding van proceskosten na vrijspraak in strafzaak
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten en schade ten gevolge van een strafzaak waarin zij werd vrijgesproken. De strafzaak liep via rechtbank Zwolle en hoger beroep bij het hof Arnhem. Het hof sprak verzoekster op 1 februari 2007 vrij, en het arrest werd onherroepelijk op 15 februari 2007.
Hoewel verzoekster de specificatie van de kosten pas na de wettelijke termijn van drie maanden indiende, oordeelde het hof dat dit niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid leidt. Het hof benadrukte dat verzoekers wel spoedig alle benodigde gegevens moeten aanleveren om een goede procesorde te waarborgen. In deze zaak was er geen sprake van tekortschieten dat tot afwijzing zou leiden.
De advocaat-generaal had primair niet-ontvankelijkheid gevorderd en subsidiair een lagere vergoeding. Het hof verwierp dit en kende verzoekster een vergoeding toe van € 15.540,-, bestaande uit € 15.000,- voor raadsman en € 540,- voor het indienen van het verzoek. De keuze van verzoekster om over te stappen van een toegevoegde naar een gekozen raadsman deed hieraan niet af.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een vergoeding van € 15.540,- toegekend voor kosten van raadsman en het verzoek.