ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9769
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Beversluis
- Idsardi
- Van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen gesloten uithuisplaatsing wegens gebrek aan belang
Appellante was met een machtiging van de kinderrechter gesloten uithuisgeplaatst wegens gedragsproblematiek. De machtiging werd later ingetrokken, waarna appellante hoger beroep instelde tegen de beschikkingen tot uithuisplaatsing en intrekking daarvan. Zij stelde dat de procedurele vereisten niet waren nageleefd en dat BJZ misbruik van bevoegdheid had gemaakt, met het oog op een mogelijke schadevergoeding.
Het hof constateerde dat de gesloten uithuisplaatsing reeds was beëindigd voordat het hoger beroep werd ingesteld. Volgens vaste jurisprudentie is het belang bij het hoger beroep onvoldoende wanneer het alleen is gericht op het verkrijgen van een schadevergoeding na beëindiging van de maatregel. Het hof oordeelde daarom dat appellante niet-ontvankelijk is in haar beroep.
Het hof zag geen noodzaak om de inhoudelijke gronden van het beroep te beoordelen. Ook stelde het dat het vaststellen van misbruik van bevoegdheid niet afhankelijk is van vernietiging van de beschikkingen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem, waarbij partijen en vertegenwoordigers van BJZ en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren.
Uitkomst: Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beschikkingen tot gesloten uithuisplaatsing.