ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9957
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens diefstal met recidive en tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens diefstal van drie sets ondergoed uit een winkel. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 10 april 2008 met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening drie bh's en drie onderbroeken had weggenomen.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was, omdat er nog geen concrete verdenking was zonder aangifte, en dat daardoor het bewijs onrechtmatig was verkregen. Het hof verwierp dit verweer omdat de politie voldoende verdenking had op basis van informatie van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid.
Het hof hield rekening met de recidive van de verdachte, die al meerdere malen was veroordeeld voor soortgelijke delicten en zelfs na het instellen van hoger beroep een nieuw feit had gepleegd. Daarom werd een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en onder toezicht van de reclassering.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen wegens overtreding van de proeftijd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk met reclasseringstoezicht, en eerdere voorwaardelijke straffen worden ten uitvoer gelegd.