Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9964

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
12 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001497-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 300 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte tot werkstraf wegens mishandeling partner ex-vriendin

Verdachte heeft op 12 januari 2008 in een gemeente mishandeling gepleegd door het slachtoffer met kracht in de rug te duwen, een arm om haar nek te slaan waardoor zij ten val kwam tegen een auto, en haar vervolgens tegen de buitenspiegel van die auto te duwen, wat letsel en pijn veroorzaakte.

Het hof achtte verdachte strafbaar en verwierp strafuitsluitingsgronden. Verdachte was eerder veroordeeld voor soortgelijke delicten en had een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken opgelegd gekregen met een proeftijd van twee jaar die op 14 april 2007 was ingegaan.

Omdat het bewezen verklaarde feit binnen de proeftijd is gepleegd, gelast het hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf. Tegelijkertijd legt het hof een werkstraf van 28 uur op met een vervangende hechtenis van 14 dagen indien niet uitgevoerd, en vervangt de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf door een werkstraf van 56 uur met vervangende hechtenis van 28 dagen.

Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen zijn verklaard. De straf is passend geacht gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 28 uur en de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf is gelast.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001497-08
Parketnummers eerste aanleg: 07-602250-08 en 07-602118-07 (tul)
Arrest van 12 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 mei 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1987] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.M.M. Pater, advocaat te Emmeloord.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van achtentwintig uren, subsidiair veertien dagen hechtenis, en dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen. De advocaat-generaal heeft daarbij geen bezwaar tegen omzetting van de gevangenisstraf in een werkstraf.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, nadat de eerste rechter een wijziging heeft toegelaten, ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 12 januari 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) in de rug heeft geduwd en/of (vervolgens) (met kracht) die [slachtoffer] een arm om de nek heeft geslagen waardoor zij ten val zijn gekomen tegen een auto en verdachte vervolgens die [slachtoffer] naar de voorzijde van die auto heeft geduwd/getrokken/gesleept waardoor de rechterschouder en/of bovenarm van die [slachtoffer] tegen de buitenspiegel van die auto is aangekomen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 12 januari 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met kracht in de rug heeft geduwd en vervolgens die [slachtoffer] een arm om de nek heeft geslagen waardoor zij ten val zijn gekomen tegen een auto en verdachte vervolgens die [slachtoffer] naar de voorzijde van die auto heeft geduwd/getrokken waardoor de rechterschouder en/of bovenarm van die [slachtoffer] tegen de buitenspiegel van die auto is aangekomen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
mishandeling.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich op 12 januari 2008 in de gemeente [gemeente] schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer]. Daardoor heeft verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.
Uit een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatiegister d.d. 12 juni 2009 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor - onder meer - soortgelijke strafbare feiten.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat, overeenkomstig de eis van de advocaat-generaal, een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden is.
Beslissing op de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
parketnummer 07-602118-07
Bij vonnis van politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 30 maart 2007 is verdachte veroordeeld tot - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van een vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 14 april 2007. De proeftijd is ingegaan op 14 april 2007. De officier van justitie vordert d.d. 22 april 2008 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, om reden, dat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf van vier weken. Het hof acht gronden aanwezig om, in plaats van die tenuitvoerlegging, een werkstraf van na te melden duur aan verdachte op te leggen.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van achtentwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast;
gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 30 maart 2007) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zesenvijftig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van achtentwintig dagen zal worden toegepast.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.