ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9967

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
12 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001652-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24a SrArt. 24c SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling schuldheling voor het in bezit hebben van een gestolen aanhangwagen

Verdachte werd primair beschuldigd van het verwerven en in bezit hebben van een aanhangwagen die door misdrijf was verkregen. Het hof achtte dit primair ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij.

Subsidiair werd verdachte verweten dat hij schuldheling pleegde door het in bezit hebben van de aanhangwagen terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een gestolen goed betrof. Het hof achtte dit subsidiair ten laste gelegde feit wel bewezen en veroordeelde verdachte daarvoor.

Het hof nam bij de strafoplegging mee dat verdachte eerder was veroordeeld voor een soortgelijk delict en dat hij door zijn onzorgvuldigheid bijdroeg aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De opgelegde straf bestond uit een geldboete van 750 euro, met een vervangende hechtenis van vijftien dagen bij niet-betaling.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het primair ten laste gelegde werd verworpen en het subsidiair ten laste gelegde werd bewezen verklaard en bestraft.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 750 euro wegens schuldheling met vervangende hechtenis van vijftien dagen bij niet-betaling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001652-08
Parketnummer eerste aanleg: 07-460153-08
Arrest van 12 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 juni 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1965] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van zevenhonderdvijftig euro, subsidiair vijftien dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij in of omstreeks de periode van 14 november 2007 tot en met 23 november 2007 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (tekstkar met LCD-scherm) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 14 november 2007 tot en met 23 november 2007 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (tekstkar met LCD-scherm) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Vrijspraak
Het hof acht niet bewezen hetgeen primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
subsidiair:
hij in de periode van 14 november 2007 tot en met 23 november 2007 in de gemeente [gemeente], een aanhangwagen (tekstkar met LCD-scherm) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die aanhangwagen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
subsidiair: schuldheling.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich in de periode van 14 november 2007 tot en met 23 november 2007 schuldig gemaakt aan schuldheling. Hij heeft toegestaan dat een aantal (hem onbekende) mannen een zogenaamde 'tekstkar' (een aanhangwagen met daarop onder meer een LCD-scherm) bij hem achterlieten. Verdachte had moeten vermoeden dat de aanhangwagen door misdrijf was verkregen. Verdachte heeft door zijn onzorgvuldige handelen bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 12 juni 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens - onder meer - een soortgelijk delict.
Het hof acht, evenals de advocaat-generaal, gelet op deze feiten en omstandigheden de in eerste aanleg opgelegde straf, inhoudende de oplegging van een geldboete van na te melden hoogte, passend en geboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24a, 24c, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het verdachte subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van zevenhonderdvijftig euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;
bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in vijf opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderdvijftig euro.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en
mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.