ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9967
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling schuldheling voor het in bezit hebben van een gestolen aanhangwagen
Verdachte werd primair beschuldigd van het verwerven en in bezit hebben van een aanhangwagen die door misdrijf was verkregen. Het hof achtte dit primair ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij.
Subsidiair werd verdachte verweten dat hij schuldheling pleegde door het in bezit hebben van de aanhangwagen terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een gestolen goed betrof. Het hof achtte dit subsidiair ten laste gelegde feit wel bewezen en veroordeelde verdachte daarvoor.
Het hof nam bij de strafoplegging mee dat verdachte eerder was veroordeeld voor een soortgelijk delict en dat hij door zijn onzorgvuldigheid bijdroeg aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De opgelegde straf bestond uit een geldboete van 750 euro, met een vervangende hechtenis van vijftien dagen bij niet-betaling.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het primair ten laste gelegde werd verworpen en het subsidiair ten laste gelegde werd bewezen verklaard en bestraft.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 750 euro wegens schuldheling met vervangende hechtenis van vijftien dagen bij niet-betaling.