ECLI:NL:GHARN:2009:BK0723
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling na vormverzuimenonderzoek
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van een persoon op 18 juni 2007. In hoger beroep stelde de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vormverzuimen tijdens het opsporingsonderzoek, waaronder het niet horen van aanwezige getuigen en onjuiste vertalingen in het proces-verbaal.
Het hof oordeelde dat deze vormverzuimen niet onherstelbaar waren en daarom geen reden gaven tot niet-ontvankelijkheid. Wel werd een deel van de verklaring van verdachte uitgesloten als bewijs. De feiten bleven onduidelijk door tegenstrijdige verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en onbetrouwbare fotodocumentatie.
Gezien de gerede twijfel over het daderschap sprak het hof de verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.