ECLI:NL:GHARN:2009:BK3705
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Janse
- Wind
- Tjallema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid vrouw voor openstaand kredietsaldo en kredietovereenkomsten
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van appellante voor een openstaand kredietsaldo centraal. De kredietovereenkomsten waren gesloten tussen IDM Financieringen B.V. en appellante en haar echtgenoot, die in gemeenschap van goederen waren gehuwd. De rechtbank had vastgesteld dat appellante samen met haar man de eerste twee kredietovereenkomsten had ondertekend en dat zij hoofdelijk aansprakelijk was voor het openstaande saldo tot 9 oktober 2001.
Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat zij de erkenning van haar handtekening onder druk en in dwaling had afgelegd, en dat de latere kredietovereenkomst de eerdere had doen vervallen. Het hof verwierp deze grieven, onder meer omdat appellante zich bewust was van de kredietovereenkomsten vanaf het moment van dagvaarding en onvoldoende bewijs leverde voor dwaling of druk.
Het hof oordeelde dat de kredietovereenkomst van 11 september 1997 (kredietovereenkomst II) niet was vervallen ten aanzien van appellante en dat zij aansprakelijk bleef voor het openstaande saldo. Het hoger beroep tegen medegedaagde werd niet-ontvankelijk verklaard, evenals het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 10 mei 2006. De vonnissen van 7 februari 2007, 4 april 2007 en 13 februari 2008 werden bekrachtigd, met veroordeling van appellante in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en verklaart appellante aansprakelijk voor het openstaande kredietsaldo, terwijl haar hoger beroep tegen medegedaagde en eerdere vonnissen niet-ontvankelijk wordt verklaard.