ECLI:NL:GHARN:2009:BK4477
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruimingsvonnis na faillissement huurder ondanks betwisting huurovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of [appellant], die failliet was verklaard, terecht werd veroordeeld tot ontruiming van een woning die door Vedeko Holding B.V. via een beslagveiling was gekocht. [appellant] voerde aan dat hij een huurovereenkomst had met zijn broer en dat hij huurpenningen vooruit had betaald, waardoor hij huurbescherming genoot. Vedeko stelde zich op het standpunt dat de huurovereenkomst niet aannemelijk was en dat artikel 39 Faillissementswet Pro toepassing vond, waardoor de huurovereenkomst op korte termijn kon worden beëindigd.
Het hof oordeelde dat het bestaan van de huurovereenkomst niet zonder meer voorshands aannemelijk was, mede gezien de gemengde aard van de overeenkomst waarin ook een geldlening was opgenomen. Voorts was onvoldoende duidelijkheid verschaft over de mate van vooruitbetaling van huur. Het hof stelde dat de huurbescherming beperkt is en dat Vedeko als nieuwe eigenaar op grond van artikel 7:226 BW Pro verhuurder werd. Omdat [appellant] geen gegevens had verstrekt over zijn bereidheid of mogelijkheid om huur te betalen, was niet aannemelijk dat niet-nakoming van verplichtingen redelijkerwijs niet te verwachten was.
Daarom faalden de grieven van [appellant] en werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. De woning was inmiddels gesloopt, maar het arrest bevestigt de rechtmatigheid van de ontruiming en de toepassing van artikel 39 Faillissementswet Pro in deze situatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [appellant] moet ontruimen en veroordeelt hem in de proceskosten.