ECLI:NL:GHARN:2009:BK5935

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
9 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-004947-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. van der Herberg
  • R. van den Heuvel
  • B.P.J.A.M. van der Pol
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oordeel over de rechtmatigheid van politieoptreden bij samenscholing tijdens een demonstratie

In deze zaak gaat het om een arrest van het Gerechtshof Arnhem, gewezen op 9 december 2009, naar aanleiding van een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter te Arnhem. De zaak betreft een incident dat plaatsvond op 27 oktober 2007, toen een groep mensen zich verzamelde op de Velperbinnensingel/het Velperplein in Arnhem, terwijl elders in de stad een demonstratie van de Nederlandse Volksunie (NVU) plaatsvond. De burgemeester had toestemming verleend voor deze demonstratie. Het hof oordeelt dat de groep op de Velperbinnensingel/het Velperplein niet kan worden aangemerkt als een betoging in de zin van de Wet openbare manifestaties, maar dat er wel sprake was van een 'samenscholing' volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Arnhem. Het hof stelt vast dat de politie, door direct over te gaan tot aanhouding van de groep, een te zwaar middel heeft ingezet tegen een vreedzame groep mensen. De politie had de mogelijkheid om een bevel tot verwijdering te geven, wat een minder ingrijpende maatregel zou zijn geweest. Het hof concludeert dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte, omdat het disproportionele optreden van de politie niet gerechtvaardigd was. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, terwijl het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard in het subsidiair tenlastegelegde.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-004947-08
Uitspraak d.d.: 9 december 2009
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter te Arnhem van 26 november 2008 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [plaats] [geboortedatum],
wonende te [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 november 2009.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 150,=, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman,
mr F.G.W.M. Huijbers, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot andere beslissingen komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
Primair
zij op of omstreeks 27 oktober 2007 te Arnhem in de gemeente Arnhem op of aan
de weg, de Velperbinnensingel, een samenkomst heeft gehouden en/of heeft
deelgenomen aan een samenkomst tot het belijden van levensovertuiging,
vergadering of betoging waarvoor de vereiste kennisgeving niet was gedaan of
waarvoor een verbod was afgegeven;
Subsidiair
zij op of omstreeks 27 oktober 2007 te Arnhem in de gemeente Arnhem op of aan
de weg, de Velperbinnensingel, tezamen met een ander of anderen, althans
alleen, zich heeft begeven naar en/of al dan niet tezamen met anderen
aanwezig is geweest en/of heeft deelgenomen aan een samenscholing en/of zich
onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven
tot wanordelijkheden.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van het primair tenlastegelegde heeft de raadsman primair betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat er geen sprake was van een betoging in de zin van de Wet openbare manifestaties. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de politie door tot aanhouding van verdachte over te gaan een ongeoorloofde inbreuk heeft gemaakt op het bescherming met betrekking tot het houden van een betoging. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman eveneens op dezelfde grond bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Zijns inziens geldt het recht op bescherming met betrekking tot het houden van een betoging eveneens voorafgaande aan een betoging.
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich ten aanzien van het primair tenlastegelegde eveneens en om dezelfde reden op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft geconcludeerd dat het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaard dient te worden, dat verdachte hiervoor strafbaar is en tot een geldboete dient te worden veroordeeld.
Het oordeel van het hof
Met betrekking tot het primair tenlastegelegde
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat er van een betoging als bedoeld in de Wet openbare manifestaties (nog) geen sprake was.
Met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde
De navolgende feitelijke achtergrond is van belang.
Aan het begin van de middag van 27 oktober 2007 verzamelt zich een groep mensen op de Velperbinnensingel/het Velperplein te Arnhem, ter hoogte van Musis Sacrum. Op die dag en rond dat tijdstip wordt door de Nederlandse Volksunie (NVU) om 13.00 uur elders in Arnhem-Noord, vanaf het Burgemeestersplein en weer eindigend op het Burgemeestersplein, een betoging/demonstratieve tocht gehouden, waarvoor de burgemeester van Arnhem toestemming had verleend.
In het in de wettelijke vorm door [naam verbalisant A], commissaris van politie, opgemaakte proces-verbaal wordt melding gemaakt van de omstandigheid dat de AFA Arnhem (AFA), tevoren en naar aanleiding van de plannen voor die manifestatie van de NVU van 27 oktober 2007, een aankondiging van, oproep tot, een tegendemonstratie heeft verspreid. Van het dossier maakt thans deel uit een zwart/witte flyer, die op het internet is gepubliceerd. Op deze flyer staat onder meer als tekst: "27/10/07: Nazi Demo Stoppen" en "27 Okt. komen racisten Arnhem vervuilen. Wij van AFA Arnhem houden een tegen demo. De start zal rond 12.00 uur zijn bij het Musis Sacrum. Vecht tegen racisme en help AFA Arnhem." Voor die aangekondigde tegendemonstratie was géén toestemming verkregen. De relatie tussen de oproep van AFA Arnhem en het samenkomen van de personen die zich verzamelden en reeds verzameld hadden, neemt het hof als vaststaand aan en wordt door of namens verdachte ook niet ontkend. De tekst en bijbehorende afbeelding op voornoemde flyer laten er naar het oordeel van het hof geen misverstand over bestaan dat in elk geval de organisatoren van wat een tegendemonstratie moest worden, de bedoeling hadden om de betoging van de Nederlandse Volksunie te verstoren. Bij eerdere betogingen van de NVU was er namelijk (ook) sprake van tegenacties van antifascisten waarbij, ook wel met geweld, is getracht die betogingen te verstoren. Dat laatste ontleent het hof aan het zoëven genoemde proces-verbaal; dat zulks het geval is geweest is door de verdediging evenmin weersproken.
De bewijsmiddelen bieden evenwel onvoldoende aanknopingspunt voor de vaststelling dat het met het gedrag van de verzamelde personen die dag (dus op 27 oktober 2007), daar en toen daadwerkelijk óók zo zou zijn gegaan als de politie niet zou hebben ingegrepen. Dat tekende zich in elk geval (nog) niet af. Uit de stukken blijkt dat de NVU-demonstranten zich elders bevonden en op een afstand die niet meteen al voor wanordelijkheden deed vrezen.
Samenscholing
Op grond van artikel 2.1.1.1, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem (APV Arnhem) is het verboden op de weg zich tezamen met anderen te begeven naar of al dan niet tezamen met anderen deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
Het hof ziet zich gesteld voor beantwoording van de vraag of er sprake was van een samenscholing. De bewijsmiddelen bieden geen steun voor het oordeel dat sprake is geweest van “onnodig opdringen” of van “uitdagend gedrag” dat aanleiding zou hebben kunnen geven of heeft gegeven tot wanordelijkheden.
De APV Arnhem geeft geen definitie van dat begrip 'samenscholing'. Voor de uitleg daarvan zoekt het hof aansluiting bij het gewone spraakgebruik en bij de strekking die dat artikel in de APV Arnhem kennelijk heeft. De verbodsbepaling in kwestie is opgenomen in hoofdstuk 2 van de APV, dat betrekking heeft op de openbare orde, onder de afdeling 'Orde en veiligheid op de weg' en in de paragraaf 'Bestrijding van ongeregeldheden'. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat het begrip ‘samenscholing’ een negatieve connotatie heeft. Niet elke groepsvorming of samenkomst van personen in, zoals hier het geval was, de openbare of publieke ruimte, "op de weg" zoals de APV het wil, kan worden aangeduid als een 'samenscholing'.
Gelet op de context waarbinnen deze groepsvorming heeft plaatsgevonden, is het hof evenwel van oordeel dat de op 27 oktober 2007 rond 12.00 uur op de Velperbinnensingel/het Velperplein verzamelde personen als een 'samenscholing' in de zin van artikel 2.1.1.1 van de APV Arnhem kon worden aangemerkt.
De wijze van optreden van de politie
De pelotonscommandant heeft op 27 oktober 2007 omstreeks 12.30 uur de opdracht gegeven om met de mobiele eenheden van de politieregio Gelderland-Midden de groep mensen die zich bij de Velperbinnensingel/het Velperplein bevond op grond van overtreding van het samenscholingsverbod, neergelegd in artikel 2. 1.1.1. van de APV Arnhem, aan te houden. Dit heeft geleid tot de aanhouding van 57 personen, waaronder verdachte.
Uit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verbalisanten [X] en [Y] valt op te maken dat de personen van deze groep voorafgaande aan de aanhouding rustig met elkaar aan het praten waren en dat zij geen spandoeken of andere materialen droegen, geen leuzen riepen of liederen zongen.
Van het dossier maakt thans deel uit een noodbevel van de burgemeester Arnhem ter voorkoming van een tegendemonstratie van de AFA. Dit bevel houdt in dat al degenen die kennelijk de intentie hebben op een of andere wijze de betoging van de NVU te verhinderen danwel te verstoren, of anderszins de openbare orde te verstoren - welke intentie bijvoorbeeld kan blijken uit gedragingen, uitlatingen, uitrusting en meegevoerde voorwerpen van de desbetreffende personen, of reeds uit het enkele feit dat bij de politie bekend is dat men een persoon is die bij een eerdere betoging van de NVU de openbare orde heeft verstoord- verplicht zijn zich op de eerste aanzegging van de politie te verwijderen en verwijderd te houden uit het aangewezen gebied van vrijdag 26 oktober (het hof begrijpt: 26 oktober 2007) 20.00 uur tot zaterdag 27 oktober (het hof begrijpt: 27 oktober 2007) 19.00 uur. Het aangewezen gebied wordt begrensd door -en met inbegrip van-: de Apeldoornseweg (vanaf de spoorlijn), Wagnerlaan, Kluizeweg, Schelmseweg, Amsterdamseweg, Heijenoordseweg en de spoorlijn (tot aan de Apeldoornseweg). Dat omvat de route waarlangs de manifestatie van de NVU zou (mogen) plaatsvinden; de Velperbinnensingel/ het Velperplein liggen niet binnen dit gebied. De samenscholing waarom het hier gaat, vond plaats op geruime afstand van voornoemd gebied en de plaats van die samenscholing is daarvan gescheiden door een spoorlijn met een beperkt aantal onderdoorgangen.
Gelet op vorenstaande is het hof van oordeel dat de politie door direct over te gaan tot aanhouding van de groep personen bij de Velperbinnensingel/het Velperplein een te zwaar middel heeft ingezet tegen een (in elk geval toen nog) vreedzame groep mensen. Het is niet aannemelijk geworden dat vanuit de groep een dreiging voor wanordelijkheden uitging. De situatie was (daarom) niet dusdanig dringend en acuut dat daarom naar het zware middel van aanhouding moest worden gegrepen. Voor de politie was onder de gegeven omstandigheden een andere, minder ingrijpende, mogelijkheid tot optreden voorhanden. Immers, gelet op de ruime afstand die de groep had ten opzichte van het gebied waarvoor het noodbevel was uitgevaardigd, had de politie eerst kunnen en, naar het oordeel van het hof ook, behoren te bevelen, zich in de door de politie aan te geven richting te verwijderen, zoals artikel 2.1.1.1, tweede lid, van de APV Arnhem mogelijk maakt. Degenen, die niet op wanordelijkheden uit waren -waaronder verdachte- hadden daardoor de kans gehad om zich uit de situatie terug te trekken. Die kans is niet geboden; integendeel: zonder aanzien des persoons zijn alle aanwezigen aangehouden, geboeid afgevoerd en -soms langdurig- opgehouden voor verhoor. Dit (door enige waarschuwing na te laten) disproportionele optreden van de politie stelt het hof voor de vraag of het Openbaar Ministerie in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot vervolging van verdachte. Het hof beantwoordt deze laatste vraag ontkennend en dat leidt tot de conclusie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard.
Gelet op vorenstaande beslissing behoeven de door de raadsman gevoerde verweren geen nadere bespreking.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het openbaar ministerie ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde niet ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Aldus gewezen door
mr E. van der Herberg, voorzitter,
mr R. van den Heuvel en mr B.P.J.A.M. van der Pol, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr N.M.H. van Ek, griffier,
en op 9 december 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.