ECLI:NL:GHARN:2009:BK7206
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs groepsverkrachting na fundamentele verschillen in getuigenverklaringen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor groepsverkrachting, maar ging in hoger beroep. Het hof onderzocht het bewijs, waaronder de aangifte van de benadeelde partij en verklaringen van getuigen.
De verklaringen van de benadeelde partij waren op hoofdlijnen consistent maar bevatten ook meerdere inconsistenties en werden met terughoudendheid beoordeeld. Getuigenverklaringen verschilden fundamenteel van de aangifte, met name over de datum en omstandigheden van het ten laste gelegde feit.
Het hof concludeerde dat de aangifte onvoldoende steun vond in de overige bewijsmiddelen en dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van groepsverkrachting.