ECLI:NL:GHARN:2009:BK7226
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zorgplicht werkgever bij burn-out en kennelijk onredelijk ontslag
De werknemer, sinds 1969 in dienst bij AIC, vordert in hoger beroep vergoeding van schade wegens schending van de zorgplicht door de werkgever, subsidiair wegens niet-naleving van goed werkgeverschap en meer subsidiair wegens kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer stelt dat zij door langdurige overbelasting en onvoldoende aanpassing van werkzaamheden een burn-out heeft gekregen.
Het hof stelt dat de zorgplicht van de werkgever ook psychische schade zoals burn-out omvat, maar dat de werknemer de stelplicht en bewijslast draagt voor het causaal verband tussen werk en schade. Uit de rapportages blijkt dat de burn-out mede te wijten is aan de karakterstructuur van de werknemer en dat de werkgever pas maatregelen hoefde te nemen nadat zij op de klachten was gewezen, wat pas in oktober 2001 gebeurde.
De werkgever heeft volgens het hof adequaat gereageerd door het werk aan te passen en pogingen tot re-integratie te doen. De werknemer heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd om het tegendeel te bewijzen. Het ontslag na twee jaar arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld. Het hof verklaart het hoger beroep van de werknemer niet-ontvankelijk voor eerdere vonnissen en bekrachtigt het laatste vonnis, met veroordeling van de werknemer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de werknemer af wegens onvoldoende bewijs van schending zorgplicht en kennelijk onredelijk ontslag.