ECLI:NL:GHARN:2009:BK8649
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- R.J.J. van Acht
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet tijdig klacht over bouwgebreken aan woonhuis
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een voormalige eigenaar van een woonhuis en het bouwbedrijf dat het huis heeft gebouwd. De koper van het huis stelde de verkoper aansprakelijk voor vochtproblemen in de garage, die het gevolg waren van een constructiefout. De verkoper betaalde een schadevergoeding aan de koper en zocht vervolgens verhaal bij het bouwbedrijf.
Het bouwbedrijf stelde zich op het standpunt dat de verkoper de gebreken niet tijdig had gemeld, waardoor de klachtplicht uit art. 6:89 BW Pro was geschonden. Het hof oordeelde dat de verkoper onvoldoende had onderbouwd dat hij tijdig op de hoogte was van de constructiefout en dat hij de gebreken binnen bekwame tijd aan het bouwbedrijf had gemeld. De klachtbrief dateerde van november 2006, terwijl de vochtplek en verkleuringen al jaren aanwezig waren.
Het hof overwoog dat de verkoper had moeten begrijpen dat de vochtplek een gevolg was van een constructiefout en dat hij met voortvarendheid onderzoek had moeten laten verrichten en de klacht aan het bouwbedrijf had moeten melden. Omdat dit niet was gebeurd, kon de verkoper zich niet meer beroepen op tekortkomingen van het bouwbedrijf. De vorderingen werden afgewezen en de verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van een eerder ontvangen bedrag met rente en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de voormalige eigenaar worden afgewezen wegens niet tijdige klacht over de bouwgebreken.