ECLI:NL:GHARN:2009:BK9732
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.A.H. Lemaire
- P.R. Wery
- A.P. Besier
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zedenfeit en veroordeling schending ambtsgeheim politieman
In deze strafzaak stond verdachte, een brigadier van politie, terecht voor twee tenlastegelegde feiten: het plegen van onvrijwillige seksuele handelingen (zedenfeit) en het schenden van het ambtsgeheim door het delen van vertrouwelijke informatie over een lopend politieonderzoek.
Het hof heeft het bewijs van het zedenfeit zorgvuldig onderzocht, waaronder verklaringen van het slachtoffer en een afgeluisterd telefoongesprek van verdachte. De verklaringen van het slachtoffer en het telefoongesprek verschilden significant qua tijdstip en inhoud, waardoor het hof onvoldoende overtuiging vond om verdachte te veroordelen voor het zedenfeit. Verdachte werd daarom vrijgesproken van dit feit.
Ten aanzien van het tweede feit oordeelde het hof dat verdachte als ervaren politieman zonder terughoudendheid vertrouwelijke informatie over het politieonderzoek LEHAR had gedeeld met derden die geen opsporingsambtenaar waren. Dit vormde een ernstige schending van de integriteit en ambtsplicht. Gelet op de ernst van de schending, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij reeds uit zijn ambt was ontslagen, legde het hof een taakstraf van 100 uur op, waarbij 70 uur in mindering werden gebracht wegens eerdere voorlopige hechtenis.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden aan het zedenfeit. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed in deze zaak opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van zedenfeit en veroordeeld tot taakstraf voor schending ambtsgeheim.