ECLI:NL:GHARN:2009:BL0939
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- H. Wammes
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtmatigheid van urencorrecties en tredeverhogingen in arbeidsrelatie
In deze arbeidsrechtelijke zaak staat centraal of de werkgever, Hegeman B.V., terecht uren heeft geschrapt uit de door appellant via een boardcomputer verstrekte urenopgave over de jaren 1998 tot en met 2005. De cao en het chauffeurshandboek bepalen de regels omtrent urenregistratie, correcties en bezwaarprocedures. Het hof bevestigt dat de werkgever een correctiebevoegdheid heeft, onder meer op basis van tachograafgegevens en ervaringsregels, maar dat dit niet mag leiden tot een feitelijke normeringsregeling zonder instemming van cao-partijen.
De bewijslast ligt bij de werknemer om aan te tonen dat uren onterecht zijn geschrapt, en bij de werkgever om te bewijzen dat de correcties rechtmatig zijn. Tevens is van belang of de werknemer tijdig en gemotiveerd bezwaar heeft gemaakt binnen de vier weken na ontvangst van de loonafrekening. Het hof oordeelt dat de kassabon van de boardcomputer leidend is voor de vaststelling van de werkelijk gemaakte diensturen en dat de werkgever de urenstaten met bezwaren in behandeling heeft genomen, waardoor deze als bezwaar in de zin van het chauffeurshandboek gelden.
Daarnaast is in geschil of de werkgever terecht geen tredeverhogingen heeft toegekend aan appellant wegens onvoldoende functioneren. Het hof stelt vast dat de werkgever niet tijdig schriftelijk heeft medegedeeld dat appellant geen tredeverhoging zou krijgen, waardoor zij in strijd met de cao heeft gehandeld voor de jaren 2001 en 2002. Het hof draagt bewijsopdrachten op aan Hegeman en bepaalt dat, indien zij getuigen wil horen, dit zal geschieden onder toezicht van een raadsheer-commissaris. De beslissing wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof draagt bewijsopdrachten op aan Hegeman en houdt verdere beslissing aan, waarbij Hegeman de rechtmatigheid van urencorrecties moet bewijzen en onrechtmatige weigering van tredeverhogingen is vastgesteld.