ECLI:NL:GHARN:2009:BL1503
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- A. Smeeïng-van Hees
- A.M.C. Groen
- A.A. van Rossum
- Rechtspraak.nl
Verlies zekerheidsrecht hypotheek door wijziging huwelijksgoederenregime niet aanvaard
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het zekerheidsrecht tot het vestigen van een hypotheek op een woonhuis verloren gaat door een wijziging van het huwelijksgoederenregime tussen echtgenoten. De zaak betrof een geschil tussen een bewindvoerder en de eigenaar van het woonhuis, waarbij de eigenaar zich verzette tegen het vestigen van een hypotheek ten behoeve van een geldleningsovereenkomst.
Het hof stelde vast dat de echtgenoten hun huwelijksgoederenregime hadden gewijzigd en dat het woonhuis aan de eigenaar was toegedeeld. Desondanks oordeelde het hof dat de eigenaar onherroepelijk aan haar echtgenoot volmacht had gegeven om alle noodzakelijke rechtshandelingen te verrichten voor het nakomen van verplichtingen uit de geldlening, waardoor het zekerheidsrecht niet verloren ging.
De eigenaar kon zich niet beroepen op het feit dat alleen haar echtgenoot de verplichting had om medewerking te verlenen, omdat zij als eigenaar ook een eigen verplichting had. Het hof verwierp het verweer dat er geen sprake was van een geldlening, aangezien de bodemrechter dit reeds had vastgesteld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, verhoogde het maximum van de dwangsommen en veroordeelde de eigenaar in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de eigenaar medewerking moet verlenen aan het vestigen van het hypotheekrecht ten behoeve van de bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verplichting van de eigenaar tot medewerking aan het vestigen van het hypotheekrecht en verhoogt het maximum van de dwangsommen tot €250.000,--.