ECLI:NL:GHARN:2009:BL8334

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
10 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
TBS 2009/143
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wery
  • van der Herberg
  • den Hartog
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieWet BOPZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens onvoldoende recidiverisico

Het gerechtshof Arnhem heeft bij uitspraak van 10 augustus 2009 het beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht die de terbeschikkingstelling (TBS) van betrokkene met een jaar had verlengd. Het hof vernietigde deze beslissing en wees de vordering van de officier van justitie tot verlenging met twee jaar af.

Het hof baseerde zich op nieuwe stukken en de verklaring van een getuige-deskundige in hoger beroep. Uit de advisering bleek dat betrokkene een verstandelijk gehandicapte en autistische man is die in zijn normale doen niet gewelddadig of agressief is gebleken. De kliniek adviseerde een gestructureerde woonomgeving binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten met begeleiding, toezicht en voldoende speelruimte.

Gezien het ontbreken van een zodanig recidiverisico dat verlenging van de terbeschikkingstelling gerechtvaardigd is, achtte het hof een BOPZ-kader meer aangewezen. Het verzoek tot aanhouding van de procedure werd afgewezen. De beslissing van de rechtbank werd vernietigd en de vordering van de officier van justitie werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst de verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens onvoldoende recidiverisico.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2009\143
Beslissing d.d. 10 augustus 2009
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[Terbeschikkinggestelde],
Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Utrecht van 16 maart 2009, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Overwegingen:
• Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken en hetgeen de getuige-deskundige ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard.
• In het bijzonder gelet op de advisering en hetgeen het hof bekend is over de persoon van de terbeschikkinggestelde, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist en dat om die reden de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
Uit de advisering volgt dat betrokkene een verstandelijk gehandicapte en autistische man is. In zijn normale doen is betrokkene nimmer gewelddadig gebleken, noch heeft hij zich agressief getoond. De kliniek is van mening dat betrokkene een gestructureerde woonomgeving in de zorg voor verstandelijk gehandicapten behoeft, waar hem begeleiding, toezicht, structuur en voldoende controle wordt geboden met behoud van voldoende speelruimte.
Gezien het ontbreken van zodanig recidiverisico dat het voortduren van de terbeschikkingstelling gerechtvaardigd is, acht het hof een BOPZ-kader -indien mogelijk- meer aangewezen.
• Gelet op het voorgaande wordt het verzoek van de raadsman tot aanhouding teneinde de (on)mogelijkheden van een rechterlijke machtiging in de zin van de Wet BOPZ en de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van betrokkene te doen onderzoeken afgewezen.
Beslissing:
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Utrecht van 16 maart 2009 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [Terbeschikkinggestelde].
Wijst af het verzoek tot aanhouding.
Wijst af de vordering van de officier van justitie.
Aldus gedaan door
mr Wery als voorzitter,
mrs van der Herberg en den Hartog als raadsheren,
en dr van Kordelaar en drs van Weers als raden,
in tegenwoordigheid van Bakkenes als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2009.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.