ECLI:NL:GHARN:2009:BM3555
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfdienstbaarheid en gebruiksrechten weg tussen buren
In deze civiele zaak staat de erfdienstbaarheid van een weg tussen percelen centraal, waarbij geschilpunten bestaan over het gebruik van de weg door gemotoriseerd verkeer, de wijze van gebruik, en de plaatsing van hekwerken en pilaren.
Het hof bevestigt dat de erfdienstbaarheid het gebruik van de weg met motorvoertuigen door de eigenaar van het heersende erf toestaat, ongeacht alternatieve toegangswegen. De uitoefening moet echter plaatsvinden op de minst bezwarende wijze voor de eigenaar van het dienende erf, waarbij het hof oordeelt dat 'rustig' rijden voldoende is en een verbod op alle lawaai of elke vervuiling onredelijk is.
Verder wijst het hof verzoeken tot vergoeding van kosten voor hekplaatsing en asfaltering af, omdat deze verbeteringen niet onder onderhoud vallen en zonder overleg zijn uitgevoerd. Ook wordt een vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid afgewezen wegens het ontbreken van een redelijk belang bij de eigenaar van het heersende erf.
Ten aanzien van het incidenteel beroep wordt bevestigd dat gemotoriseerd verkeer niet is toegestaan voor het perceel van geïntimeerde 2, en wordt een vordering tot aanwijzing van een noodweg afgewezen. Wel wordt toegekend dat de weg ook mag worden belopen. Tot slot wordt een vordering tot snoeien van een haag toegewezen vanwege belemmering van zicht en doorgang.
Het hof beveelt een schikkingscomparitie aan om resterende geschilpunten te bespreken en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het hof bevestigt het recht op gebruik van de weg met motorvoertuigen, wijst verzoeken tot beperking en vergoeding af, wijst enkele vorderingen toe en beveelt een schikkingscomparitie.