ECLI:NL:GHARN:2009:BN5858
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.M. Olthof
- G.P.M. van den Dungen
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake samenhang melkquotum met gepacht perceel en bewijslevering tegenbewijs
In deze civiele zaak staat centraal of het gepachte perceel in het referentiejaar 1983 samenhing met het melkquotum, hetgeen van belang is voor de vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst en vergoeding van de waarde van het melkquotum.
Het hof acht voorshands bewezen dat in 1983 tussen de rechtsvoorgangers van partijen een pachtovereenkomst bestond waarbij het gepachte perceel deel uitmaakte van de maatschap die de melkveehouderij exploiteerde. Dit blijkt uit notariële akten uit 1986 en 1990, een brief van een notaris uit 1987 en jurisprudentie. De geïntimeerde wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs dat het perceel pas na 1990 in de maatschap is ingebracht.
Verder overweegt het hof dat het perceel in 1983 als weiland werd gebruikt voor jongvee en voedergewassen, wat bijdroeg aan de melkproductie en dus aan het melkquotum. De geïntimeerde erkent verkoop van het melkquotum, maar betwist de omvang en het gebruik. Het hof stelt voorwaarden voor bewijslevering en getuigenverhoor en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
De uitspraak bevestigt het belang van gedegen bewijs voor het samenhangen van het melkquotum met het gepachte perceel en biedt de geïntimeerde een reële mogelijkheid tot weerlegging van het voorshands bewezen feit.
Uitkomst: Het hof staat de geïntimeerde toe tegenbewijs te leveren over het samenhangen van het melkquotum met het gepachte perceel en houdt verdere beslissing aan.