ECLI:NL:GHARN:2010:BL6286
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.M.E. Lam?ris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J. Hielkema
- M. Lolkema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep uitkeringsfraude met toepassing artikel 9a Sr wegens hersenbloeding
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor uitkeringsfraude door het valselijk opmaken en vervalsen van formulieren van de afdeling Werk en Inkomen, waarbij hij onjuiste informatie gaf over zijn woonsituatie en samenwoning. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Het hof achtte bewezen dat verdachte in de periode van december 2004 tot juni 2006 meerdere formulieren valselijk had ingevuld met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Verdachte had nagelaten wijzigingen in zijn persoonlijke gezinssituatie en woonsituatie te melden, wat van belang was voor de hoogte en voortzetting van zijn uitkering.
Uit een rapport van een maatschappelijk werkster bleek dat verdachte in januari 2008 een hersenbloeding had gehad, met ernstige gevolgen voor zijn functioneren, waaronder incontinentie en geheugenproblemen. Hij woonde sindsdien in een instelling voor niet-aangeboren hersenletsel. Gezien deze omstandigheden paste het hof artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd.
Het hof verklaarde het ten laste gelegde primair bewezen en strafbaar, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en legde geen straf op. Hiermee werd het vonnis van de politierechter vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan uitkeringsfraude maar geen straf opgelegd vanwege zijn fysieke en psychische gesteldheid op grond van artikel 9a Sr.