ECLI:NL:GHARN:2010:BL6702
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- W.P.M. ter Berg
- S.J. van der Woude
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling Opiumwet
Veroordeelde werd door de rechtbank Zwolle-Lelystad veroordeeld voor handel in harddrugs en medeplegen van voorbereidingshandelingen in strijd met de Opiumwet. Uit het bewezen verklaarde feit van het vervoeren en verkopen van 6.000 XTC-pillen is geen wederrechtelijk voordeel verkregen, omdat de pillen in beslag werden genomen door een opsporingsambtenaar als pseudokoper.
Wel zijn er aanwijzingen dat veroordeelde in de jaren 2003 tot en met 2005 soortgelijke drugshandel heeft gepleegd, waaruit wel wederrechtelijk voordeel is verkregen. Een strafrechtelijk financieel onderzoek leidde tot de kasopstellingsmethode om het voordeel te bepalen, omdat geen zicht was op opbrengsten uit strafbare activiteiten en veroordeelde geen legale inkomsten had in die periode.
De kasopstelling toonde aan dat de uitgaven van veroordeelde hoger waren dan zijn traceerbare inkomsten, waardoor het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel schat op €26.825,91. Veroordeelde heeft deze berekening in hoger beroep niet weersproken. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en stelt het voordeelbedrag en de betalingsverplichting aan de Staat vast op dit bedrag.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €26.825,91 en legt betaling aan de Staat op.