ECLI:NL:GHARN:2010:BL7271
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- W.M. van Schuijlenburg
- J.H. Bosch
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor niet-emissiearm gebruik van dierlijke meststoffen volgens milieuwetgeving
Verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld voor het niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen op grasland in februari en maart 2008. In hoger beroep stelde de raadsvrouw dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een vermeende beleidswijziging door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dit verweer werd door het hof verworpen, evenals de beroepen op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en overmacht (noodtoestand).
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk dierlijke meststoffen gebruikte zonder emissiearme methode, in strijd met het Besluit gebruik meststoffen en de Wet bodembescherming. Verdachte voerde aan dat zijn FIR-methode milieuvriendelijker was, maar dit werd niet aanvaard omdat de wetgeving duidelijke emissiearme methoden voorschrijft en geen vrijstelling voor verdachte was verleend.
Het hof motiveerde de straf op basis van de ernst van de feiten, de omstandigheden en eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten. Gezien de normhandhaving achtte het hof een geldboete passend, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Het hoger beroep werd deels ontvankelijk verklaard, het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan met bevestiging van de veroordeling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet-betaling.