ECLI:NL:GHARN:2010:BL7272

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
11 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002789-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit gebruik meststoffenWet op de economische delicten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onjuiste datum tenlastelegging gebruik niet-emissiearme dierlijke meststoffen

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruik van niet-emissiearme dierlijke meststoffen op een perceel grasland op of omstreeks 14 mei 2007. In hoger beroep betwistte de verdediging de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vanwege een vermeende beleidswijziging door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Het hof oordeelde echter dat er geen sprake was van een beleidswijziging die de strafwaardigheid van het feit beïnvloedde en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk. Uit het dossier bleek dat de mest op 14 mei 2007 was geconstateerd, maar niet wanneer deze was uitgereden. De verdachte verklaarde dat dit op 12 mei 2007 gebeurde.

Het hof stelde vast dat de tenlastelegging een foutieve datum bevatte en dat de omschrijving 'op of omstreeks 14 mei 2007' niet kan worden begrepen als 12 mei 2007. Hierdoor was het feit niet bewezen zoals ten laste gelegd en sprak het hof de verdachte vrij. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens een foutieve datum in de tenlastelegging waardoor het feit niet bewezen is.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002789-08
Parketnummer eerste aanleg: 07-994933-07
Arrest van 11 maart 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 november 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1933] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.F.E. Hoekstra, advocaat te Alkmaar.
Het vonnis waarvan beroep
De economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Nu de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: LNV) in navolging van zijn brief aan de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (hierna: VBBM) van 1 juli 2009 ontheffing heeft verleend aan een aantal melkveehouders dat is aangesloten bij de VBBM en dat middels een kringloopsysteem de emissie van ammoniak reduceert, heeft de Minister volgens de raadsvrouw een beleidswijziging ingezet, die gevolgen heeft voor de strafwaardigheid van de gedraging van verdachte, dan wel gevolgen zal hebben voor de beoordeling van de ernst van de feiten en de aard en de hoogte van de straf.
Het hof overweegt hieromtrent dat hetgeen de raadsvrouw stelt, niet de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging regardeert. Overigens is het hof van oordeel dat - anders dan de raadsvrouw stelt - uit voormelde niet blijkt van een beleidswijziging, nu de Minister slechts een beperkt aantal melkveehouders in het kader van een praktijkonderzoek - onder strikte voorwaarden - ontheffing heeft verleend van de wettelijke verplichting om drijfmest op emissiearme wijze aan te wenden. Het hof acht het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door tien dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij tezamen en in vereniging, althans alleen op of omstreeks 14 mei 2007 te [plaats], al dan niet opzettelijk, dierlijke meststoffen heeft gebruikt op een perceel grasland, kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie(s) en nummer(s) [nummer], terwijl die dierlijke meststoffen niet emissiearm werden aangewend.
Vrijspraak
Verdachte wordt verweten - kort gezegd - dat hij op 14 mei 2007 tezamen en in vereniging met een ander al dan niet opzettelijk dierlijke meststoffen heeft gebruikt op een perceel grasland, terwijl die dierlijke meststoffen niet emissiearm werden aangewend. Verdachte heeft namelijk op het betreffende perceel mest afkomstig van runderen bovengronds uitgereden.
Uit het procesdossier blijkt dat de verbalisanten op 14 mei 2007 hebben geconstateerd dat op verdachtes perceel mest niet emissiearm - als bedoeld in het Besluit gebruik meststoffen - was aangewend. Uit het procesdossier blijkt echter niet wanneer verdachte de dierlijke meststoffen op dit perceel heeft gebruikt, waaronder, gelet op artikel 1, eerste lid, onder b, van het Besluit gebruik meststoffen dient te worden verstaan "het op of in de bodem brengen van meststoffen". Verdachte verklaart ter terechtzitting in hoger beroep hieromtrent dat de mest op 12 mei 2007 - in zijn opdracht - bovengronds op het perceel is uitgereden.
Nu uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat het in de tenlastelegging omschreven feit is gepleegd op 12 mei 2007 en niet, zoals in de tenlastelegging staat vermeld, op 14 mei 2007, acht het hof niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd. Het hof is - anders dan de advocaat-generaal - van oordeel dat onder de in de tenlastelegging vermelde tijdsaanduiding "op of omstreeks 14 mei 2007" het tijdstip 12 mei 2007 niet kan worden begrepen. Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het hem ten laste gelegde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.
-