ECLI:NL:GHARN:2010:BL9019
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in belastingzaak terugverwezen wegens schending aanwezigheidsrecht
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 1999, 2000 en 2001, welke door de rechtbank Arnhem werden afgewezen. Belanghebbende stelde dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn beroep ter zitting toe te lichten, omdat de rechtbank een zittingsdatum vaststelde zonder rekening te houden met door hem aangekondigde verhinderingen.
De rechtbank had belanghebbende verzocht een correspondentieadres in Nederland op te geven en meerdere malen gewezen op de noodzaak van tijdige communicatie over verhinderingen. Ondanks deze verzoeken gaf belanghebbende pas laat een Nederlands correspondentieadres door en communiceerde hij verhinderingen niet tijdig. De rechtbank wees zijn verzoek om uitstel af en hield de zitting op 15 januari 2009.
Het hof oordeelde dat de rechtbank niet had mogen overgaan tot het vaststellen van de zittingsdatum zonder overleg met belanghebbende, terwijl deze nog verhinderdata zou doorgeven. Hierdoor werd het aanwezigheidsrecht van belanghebbende geschonden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug vanwege schending van het aanwezigheidsrecht van belanghebbende.