ECLI:NL:GHARN:2010:BL9253
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak afgewezen voor eerste aanleg, toegewezen voor hoger beroep
Verzoeker, vrijgesproken in eerste aanleg, vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv. Voor de eerste aanleg was een toevoeging verstrekt, maar verzoeker stelde dat de raadsman op betaalde basis bijstond. Het hof oordeelde dat de toevoeging niet was ingetrokken en derhalve in stand bleef, waardoor geen vergoeding voor eerste aanleg kon worden toegekend.
Voor het hoger beroep, waarin de zaak werd beëindigd zonder strafoplegging, kende het hof een billijke vergoeding toe van € 8.724,69 voor de kosten van rechtsbijstand, inclusief een forfaitaire vergoeding van € 540 voor het verzoekschrift. De gedeclareerde reistijd werd conform beleid slechts gedeeltelijk gehonoreerd.
Het hof verklaarde het verzoek voor de eerste aanleg niet-ontvankelijk en wees het overige verzoek af. De beschikking werd uitgesproken in openbare zitting op 15 maart 2010 door voorzitter R.W. van Zuijlen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand in eerste aanleg niet-ontvankelijk, vergoeding toegekend voor hoger beroep.